“Wij zijn heel open over seks hoor.”
Het is een zin die ik vaak hoor als ik over mijn werk vertel. Ouders zeggen het. Begeleiders zeggen het. Ook binnen de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking hoor ik hem regelmatig terug. “Daar praten we heel open over.”
Maar wat bedoelen we eigenlijk als we zeggen dat we open praten over seks?
Als ik doorvraag, blijkt die openheid soms minder groot dan gedacht. Vaak komt het erop neer dat er pas over seksualiteit wordt gesproken als het kind of de cliënt zelf een vraag stelt. En meestal blijft het gesprek dan beperkt tot precies die ene vraag. De rest laten we liggen.
Maar wat als iemand géén vragen stelt?
Als je niet weet wat er allemaal bestaat, weet je ook niet waar je naar kunt vragen. Seksualiteit is geen menukaart die vanzelf op tafel ligt. Als niemand hem laat zien, blijft hij onbekend.
En dan is er nog iets wat me regelmatig opvalt: de woorden die we gebruiken.
Wanneer ik vraag hoe de geslachtsdelen genoemd worden, hoor ik soms de meest creatieve termen voorbij komen. Muis. Noenoe. Flipje. Lief bedoeld, vaak vanuit schaamte of bescherming. Maar dit soort verhullende taal maakt het gesprek over seks niet opener. Het maakt het juist onduidelijker.
Als een kind of cliënt de gangbare woorden niet leert, kan dat later verwarring geven. Hoe leg je iets uit als je de juiste woorden niet kent? Hoe geef je grenzen aan als je niet weet hoe je moet benoemen wat er gebeurt?
Open praten over seks vraagt om duidelijke taal. Niet grof, niet plat, maar wél helder. Woorden als piemel/penis en vulva/vagina zijn prima. Ze zijn begrijpelijk, neutraal en helpen om seksualiteit bespreekbaar te maken op een manier die serieus genomen wordt.
Wat ik ook vaak zie, is dat seksualiteit vooral met humor wordt benaderd. Grapjes, giechelen, luchtigheid. En laat ik duidelijk zijn: humor kan enorm helpen om het ijs te breken. Het kan spanning verminderen en een gesprek op gang brengen.
Maar als alles een grap blijft, wat blijft er dan écht hangen?
Hoe leer je op een serieuze manier praten over seks, als het onderwerp nooit serieus mag zijn?
Open praten over seks betekent eigenlijk: makkelijker praten over seks. Zonder omwegen. Zonder verhullende woorden. Zonder alles weg te lachen.
Maar hoe doe je dat?
Een paar praktische tips:
Wacht niet alleen op vragen. Maak seksualiteit ook zelf bespreekbaar. Dat gaat vaak makkelijker aan de hand van situaties uit het dagelijks leven. Iets op tv, een zwangerschap in de omgeving, een scène in een serie.
Gebruik duidelijke, niet-verhullende taal die past bij het niveau van de ander. Denk vooraf na over welke woorden je wilt gebruiken. Vermijd verzachtende koosnaampjes, maar ook schuttingtaal. Wat je gebruikt, kan een kind of cliënt ook elders herhalen.
Zorg voor een ontspannen sfeer. Humor mag, maar maak er geen grapje van. Jouw eigen houding is hierin belangrijk. Voorbereiden helpt. Oefen het gesprek eens hardop. Neem de tijd, leg telefoons weg en wees echt aanwezig.
Open praten over seks begint niet bij “alles mogen zeggen”, maar bij durven benoemen wat er is. Met duidelijke woorden, echte aandacht en zonder verhulling. Dat is pas echte openheid.






